ECLI:NL:GHARN:2003:AF7700
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verliesbeschikking en renteaftrek bij aandelenverwerving door verbonden lichamen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had bezwaar gemaakt tegen een verliesbeschikking van de Inspecteur over het jaar 1997, waarbij het verlies was vastgesteld op ƒ 12.040.960. Belanghebbende stelde dat het verlies hoger was en dat de renteaftrek op de financieringslasten van de aandelenverwerving volledig aftrekbaar moest zijn.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 15, lid 4 en 5 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1968, die de aftrekbaarheid van rentelasten op geldleningen die verband houden met de verwerving van aandelen door verbonden lichamen regelt. Het hof stelde vast dat een deel van de lening afkomstig was van een verbonden lichaam, [B-bank], en dat belanghebbende niet het vereiste bewijs had geleverd dat deze lening deels was gefinancierd met vreemd vermogen van niet-verbonden lichamen.
Het hof oordeelde dat de temporisering van renteaftrek van toepassing was op het bedrag van € 1.023.445 dat aan [B-bank] toe te rekenen was. De correctie van de Inspecteur op het verliesbedrag was derhalve terecht, ondanks een vergissing in de berekening. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van bewijslevering door belanghebbende omtrent de financieringsstructuur van leningen bij de toepassing van fiscale regels over renteaftrek binnen fiscale eenheden en verbonden lichamen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verliesbeschikking wordt ongegrond verklaard en de temporisering van renteaftrek bevestigd.