ECLI:NL:GHARN:2003:AH8810
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- Wesseling-Lubberink
- Tjittes
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij paardrijongeval met verdeling schade en onredelijk bezwarend exoneratiebeding
Tijdens een paardrijles op 3 juni 1996 raakte [B.] ernstig gewond toen het paard Jonker steigerde en viel. De Zwolsche Algemeene, als verzekeraar van [B.], vorderde aansprakelijkheid van de manegehouder [appellante].
Het hof stelde vast dat [B.] tijdens het steigeren aan de teugels hing, wat het achterovervallen van het paard veroorzaakte. Hoewel dit een rijfout was, werd dit als een natuurlijke, intuïtieve reactie gezien waarvoor [B.] geen verwijt treft. De aansprakelijkheid van de manegehouder werd bevestigd op grond van het gevaar dat uitgaat van het dier volgens art. 6:179 BW Pro.
De schade werd op billijke wijze verdeeld: 50% voor [B.] en 50% voor [appellante], rekening houdend met factoren zoals winstbejag en verzekeringsdekking. Het exoneratiebeding in de rijlesovereenkomst werd als onredelijk bezwarend en nietig beoordeeld omdat het eenzijdig was opgesteld en [B.] zich niet bewust was van de gevolgen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellante] tot betaling van de helft van de schade en de proceskosten.
Uitkomst: De manegehouder is voor 50% aansprakelijk en het exoneratiebeding is nietig verklaard.