ECLI:NL:PHR:2004:AR3164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij paardrijles na ongeval door steigeren paard Jonker
Op 3 juni 1996 raakte een leerling, hierna betrokkene 1, ernstig gewond tijdens een paardrijles bij eiseres 1, toen het paard Jonker plotseling ging steigeren en viel. Betrokkene 1 had het paard niet eerder bereden en was op niveau 4 ingeschaald. De manege-eigenaar, eiseres 1, werd aangesproken door de verzekeraar Zwolsche Algemeene, die de ziektekosten van betrokkene 1 had vergoed en zich had gesubrogeerd in haar rechten.
De rechtbank stelde eiseres 1 voor de helft aansprakelijk voor de schade, waarbij het exoneratiebeding in de inschrijfovereenkomst onredelijk bezwarend werd verklaard. Het hof bekrachtigde dit oordeel, waarbij het de gedragingen van betrokkene 1 als intuïtief en niet verwijtbaar kwalificeerde, en het ongeval toeschreef aan het natuurlijke, onvoorspelbare gedrag van het paard. De schade werd verdeeld op basis van art. 6:101 BW Pro, waarbij 50% voor rekening van de manege bleef.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres 1, bevestigde de aansprakelijkheid en de onredelijkheid van het exoneratiebeding, en benadrukte dat het onvoorspelbare gedrag van het paard en de commerciële aard van de relatie meewegen in de aansprakelijkheidsverdeling. Het arrest bevestigt de toepassing van risicoaansprakelijkheid bij dieren en de beperking van aansprakelijkheidsbeperkende bedingen in dit kader.
Uitkomst: De manege is voor 50% aansprakelijk voor de schade van de leerling, het exoneratiebeding is onredelijk bezwarend verklaard.