ECLI:NL:GHARN:2004:AO5917
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Tjittes
- Haak
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor ongevallen aan boord van zeeschip door onvoldoende zorg voor veiligheid
Op 21 januari 1994 raakte appellant, werkzaam als scheepskok/matroos aan boord van het Nederlandse zeeschip "Dina Jacoba", bekneld tussen de loopplank en de opbouw van het schip in de haven van Ancona, Italië. Hij stelt dat de werkgever, geïntimeerden, onvoldoende zorg heeft gedragen voor zijn veiligheid, onder meer door het niet adequaat zekeren van de loopplank en het nalaten van waarschuwingen door de kapitein.
De rechtbank had de vordering van appellant afgewezen op grond van verjaring, omdat zij de aanvaringsbepalingen van Boek 8 BW van toepassing achtte. Het hof oordeelt echter dat de vordering gebaseerd is op onrechtmatige daad en niet op aanvaring, waardoor de verjaringstermijn van artikel 8:1790 BW Pro niet van toepassing is. Nederlands recht is van toepassing vanwege de Nederlandse vestiging van partijen en de Nederlandse vlag van het schip.
Het hof stelt vast dat de loopplank onvoldoende was gezekerd, waardoor deze kon opschuiven en appellant beknelde. De kapitein had toezicht moeten houden en waarschuwingen moeten geven, vooral gezien de onervarenheid van appellant. Het beroep op eigen schuld van appellant wordt verworpen omdat er geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart dat geïntimeerden onrechtmatig hebben gehandeld en aansprakelijk zijn voor de door appellant geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en de kosten worden aan geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart de werkgever aansprakelijk voor de door appellant geleden en nog te lijden schade wegens onvoldoende zorg voor veiligheid aan boord.