ECLI:NL:GHARN:2004:AO6966
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P.M. Haas
- P.M. van Schie
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaste inrichting in Nederland voor omzetbelasting over 1992-1996
Belanghebbende, woonachtig in Canada, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1992-1996. De Inspecteur stelde dat belanghebbende in Nederland een vaste inrichting had, waardoor belastingheffing mogelijk was. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat er geen duurzame bedrijfsinrichting in Nederland was.
Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak doorverwezen naar het Gerechtshof Arnhem. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een vaste inrichting. Feiten zoals het gebruik van een woonadres in Nederland, bankrekeningen en administratie op dat adres waren onvoldoende om te concluderen dat er een duurzame bedrijfsinrichting was.
Ook werd geoordeeld dat de Inspecteur niet mocht uitgaan van een omkering van de bewijslast wegens het niet verstrekken van informatie door belanghebbende. De naheffingsaanslag werd daarom vernietigd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten. Toekenning van schadevergoeding was niet mogelijk in deze bestuursrechtelijke belastingprocedure.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van een vaste inrichting in Nederland.