ECLI:NL:GHARN:2004:AO8702
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- A.W.M. van der Waerden
- mr. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afkoopsom alimentatie en heffingsrente bij boedelverdeling na echtscheiding
Belanghebbende was gehuwd in gemeenschap van goederen en is in 1997 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant werd een schuld van circa ƒ 50.000 aan de man toegedeeld, waarbij belanghebbende afstand deed van haar recht op alimentatie ter compensatie van de onderbedeling. De Inspecteur legde een aanslag op een belastbaar inkomen van ƒ 67.006 op, inclusief een bedrag van ƒ 25.000 als afkoopsom alimentatie.
Belanghebbende betwistte dat sprake was van een afkoopsom en klaagde over de heffingsrente wegens vermeende vertraging door de Belastingdienst. Het Hof oordeelde dat de onderbedeling in het kader van de boedelverdeling wel degelijk als een afkoopsom moet worden gezien, belast conform artikel 30 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De stelling van belanghebbende dat geen afkoop heeft plaatsgevonden maar slechts boedelverdeling, vond onvoldoende steun in het convenant en de correspondentie.
Verder werd geoordeeld dat de Inspecteur niet verwijtbaar heeft gehandeld met betrekking tot de heffingsrente, omdat geen feiten waren gesteld die een voorlopige aanslag noodzakelijk maakten. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege een te hoge aanslag en heffingsrente, waarna de aanslag en rente werden verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de aanslag en heffingsrente worden verminderd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.