ECLI:NL:GHDHA:2017:2941
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overbedeling voormalige echtelijke woning als afkoop van alimentatie
Belanghebbende was tot januari 2011 gehuwd en ontving in het echtscheidingsconvenant een maandelijkse alimentatie die werd verlaagd na verkoop van de voormalige echtelijke woning. De overwaarde van de woning werd volledig aan belanghebbende toegedeeld, wat leidde tot een overbedeling van € 30.045. De Inspecteur kwalificeerde deze overbedeling als afkoop van alimentatie en legde navorderingsaanslagen op over 2010.
De rechtbank oordeelde dat de overbedeling een afkoop van alimentatie betreft omdat er een causaal verband is tussen de overbedeling en de verlaging van de alimentatieverplichting. Belanghebbende stelde dat de overbedeling een immateriële schadevergoeding was en dat de verlaging van alimentatie voortkwam uit de slechte financiële situatie van haar ex-echtgenoot. Dit werd verworpen.
Het Hof bevestigde dat partijen redelijkerwijs mochten verwachten dat de overbedeling een afkoop van alimentatie inhield, mede gelet op het echtscheidingsconvenant en de brief van de advocaat voorafgaand aan de echtscheiding. De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd omdat de uitkering in 2010 is genoten. Het hoger beroep is ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen over 2010 worden bevestigd.