ECLI:NL:GHARN:2004:AO8715
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens ruime uitleg infiltratiebegrip
Belanghebbende, een drinkwaterbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor grondwaterbelasting over het jaar 2000. De Inspecteur accepteerde niet de door belanghebbende geclaimde infiltratiekorting voor het terugpompen van zuurstofrijk water in hetzelfde watervoerende pakket. Belanghebbende stelde primair dat het nihiltarief van toepassing was en subsidiair dat de infiltratiekorting van toepassing was.
Het Hof oordeelde dat het primaire standpunt faalde omdat door de toevoeging van zuurstof geen sprake was van een gesloten systeem zonder kwaliteitsverandering. Wel volgde het Hof belanghebbende in haar subsidiaire standpunt dat het begrip infiltreren in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) ruim moet worden uitgelegd. De wetsgeschiedenis en een conclusie van de Advocaat-Generaal wezen op een ruime interpretatie, waarbij ook het terugpompen van water met gewijzigde kwaliteit onder infiltratie valt.
De Inspecteur had een beperkte uitleg van infiltratie bepleit, gelijk aan de Grondwaterwet, maar het Hof verwierp dit. De naheffingsaanslag werd vernietigd, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. De uitspraak bevestigt dat de infiltratiekorting een ruime toepassing kent in de grondwaterbelasting.
Uitkomst: De naheffingsaanslag grondwaterbelasting wordt vernietigd vanwege de ruime uitleg van het begrip infiltreren en toepassing van de infiltratiekorting.