ECLI:NL:GHARN:2004:AR2369
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem over vrijstelling successierecht voor kinderen en algemene vrijstelling
Het Gerechtshof Arnhem behandelde een geschil over de toepassing van vrijstellingen in de Successiewet 1956 op de verkrijging van kinderen uit een nalatenschap. Belanghebbenden, kinderen van de overledene, voerden aan dat zij recht hadden op een algemene vrijstelling van € 1.732 op grond van artikel 32 lid 1 onderdeel Pro 7 Sw, omdat hun verkrijging de specifieke vrijstelling voor kinderen overschreed.
De Inspecteur stelde dat de algemene vrijstelling niet op kinderen van toepassing is, omdat voor hen specifieke vrijstellingen in artikel 32 zijn Pro opgenomen. Het Hof stelde vast dat belanghebbenden inderdaad kinderen zijn als bedoeld in onderdeel 4 sub d van artikel 32 en Pro dat onderdeel 7 alleen geldt voor andere gevallen dan kinderen.
Het Hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat kinderen en andere verkrijgers niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd en de wetgever binnen zijn beoordelingsvrijheid is gebleven. De aanslagen werden verminderd tot een belaste verkrijging van € 109.797 per belanghebbende. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslagen successierecht en bevestigt dat kinderen geen aanspraak maken op de algemene vrijstelling in artikel 32 lid 1 onderdeel 7 Sw.