ECLI:NL:RBARN:2010:BX0548
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag successierecht en discriminatieverweer bij wettelijke verdeling nalatenschap
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiser tegen een aanslag successierecht opgelegd door de Belastingdienst na het overlijden van zijn vader. De vader liet geen testament na, waardoor de wettelijke verdeling van de nalatenschap van toepassing was. De moeder kreeg het vruchtgebruik, terwijl de kinderen een geldvordering op haar verkregen volgens artikel 4:13 BW Pro. Verweerder stelde dat de kinderen successierecht verschuldigd zijn over deze vordering, verminderd met het fictieve vruchtgebruik van de moeder.
Eiser voerde aan dat de aanslag onterecht was en dat de aanslag verminderd moest worden wegens strijd met het discriminatieverbod, omdat kinderen ouder dan 21 jaar geen vrijstelling krijgen terwijl jongeren en ondernemers dat wel kunnen. De rechtbank oordeelde dat eiser op grond van de Successiewet 1956 belastingplichtig is voor de geldvordering en dat de aanslag correct is berekend volgens de wettelijke bepalingen.
Daarnaast werd het discriminatieverweer afgewezen. De rechtbank stelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de hogere vrijstelling voor kinderen jonger dan 23 jaar en de bedrijfsopvolgingsregeling objectief en redelijk zijn gerechtvaardigd. Er was geen sprake van verboden ongelijke behandeling volgens artikel 14 EVRM Pro en 26 IVBPR.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C.G.J. van Well op 25 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag successierecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.