ECLI:NL:GHARN:2004:AR4557
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Mens
- Wesseling-Lubberink
- Rechtspraak.nl
Verrekening van woningwaarde en hypotheekschuld tussen echtgenoten na echtscheiding
Deze zaak betreft de verrekening van de waarde van een woning en de daarbij behorende hypotheekschuld tussen echtgenoten, zoals geregeld in artikel 3 van Pro hun huwelijkse voorwaarden. Het hof te ’s-Hertogenbosch had eerder vastgesteld dat de man de helft van het verschil tussen de woningwaarde en de hypotheekschuld aan de vrouw moest betalen. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor nadere beoordeling.
Het hof Arnhem beoordeelde vervolgens voor welk gedeelte de woning in de verrekening moest worden betrokken, waarbij werd vastgesteld dat de financiering van de woning geheel ten laste was gekomen van bespaarde en onverdeeld gebleven inkomsten. De aflossingen op de hypotheeklening werden als overgespaard inkomen aangemerkt, terwijl de rente niet werd meegenomen. Het hof corrigeerde de berekening met een factor 0,5 vanwege het karakter van de annuïteitenlening en het verloop van de lening.
Uiteindelijk werd het bedrag dat de man aan de vrouw verschuldigd is vastgesteld op € 15.745,-, verminderd met een reeds door de man betaalde voorschot van fl 50.000,-. De kosten van het geding in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd uitgesproken op 10 augustus 2004 door het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw € 15.745,- betalen, verminderd met een reeds betaald voorschot van fl 50.000,-, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het arrest.