ECLI:NL:PHR:2006:AU5698
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening van aflossingen en rente bij echtscheiding volgens huwelijkse voorwaarden
Deze zaak betreft de verrekening van de financiering van een echtelijke woning bij echtscheiding, waarbij de woning tijdens het huwelijk met geleend geld is verworven. De Hoge Raad behandelt de vraag of naast de aflossingen op de hypothecaire lening ook de betaalde rente in de verrekening als overgespaard inkomen moet worden betrokken.
De rechtbank wees de vrouw de helft toe van de aflossingen op de hypotheekschuld tussen 1979 en 1993. Het hof te 's-Hertogenbosch kende haar een hoger bedrag toe, waarbij het hele resultaat van de belegging van onverteerde inkomsten werd betrokken. Na verwijzing stelde het hof te Arnhem vast dat alleen de aflossingen als overgespaard inkomen gelden, niet de rente, omdat deze als kosten van de huishouding worden aangemerkt. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigt dat aflossingen op de hypotheekschuld meetellen als overgespaard inkomen en dus in de verrekening betrokken moeten worden. Betaalde rente daarentegen wordt beschouwd als kosten van de huishouding en hoeft niet in de verrekening te worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof te Arnhem en bepaalt dat de man aan de vrouw een bedrag van €31.433,96 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente, als verrekening van haar aanspraak.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €31.433,96 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente, waarbij alleen aflossingen en niet de rente in de verrekening worden betrokken.