ECLI:NL:GHARN:2004:AR8508
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rijken
- Smeeïng-van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat dienstverleningsovereenkomst prevaleert boven woongebruiksovereenkomst bij zorgcliënt
De zaak betreft een geschil tussen [appellant], een licht verstandelijk gehandicapte cliënt met gedragsproblemen, en ASVZ, die sinds 2001 psychosociale hulp verleent aan [appellant]. Partijen sloten een dienstverleningsovereenkomst en een woongebruiksovereenkomst, waarbij het hof de woongebruiksovereenkomst als huurovereenkomst kwalificeerde.
[Appellant] stelde dat de woongebruiksovereenkomst als huurovereenkomst alleen rechtsgeldig kan worden beëindigd door ontbinding wegens toerekenbare tekortkoming of opzegging volgens de wettelijke regels, en vorderde toegang tot de woonruimte zolang de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd. ASVZ beëindigde echter de dienstverleningsovereenkomst vanwege agressief gedrag van [appellant], wat volgens het hof ook de woongebruiksovereenkomst beëindigde.
Het hof oordeelde dat de woongebruiksovereenkomst is ingebed in en afhankelijk is van de dienstverleningsovereenkomst. De bepalingen van de dienstverleningsovereenkomst prevaleren boven die van de woongebruiksovereenkomst voor zover deze niet verenigbaar zijn. Hierdoor kon ASVZ redelijkerwijs aannemen dat beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst ook beëindiging van de woongebruiksovereenkomst betekende. Het verweer van [appellant] dat behandeling ook elders had kunnen plaatsvinden, werd als onvoldoende gemotiveerd verworpen.
Het hoger beroep faalde en het bestreden vonnis werd bekrachtigd. [Appellant] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst ook de woongebruiksovereenkomst beëindigt en wijst het hoger beroep af.