ECLI:NL:GHARN:2004:AS2115
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- J. Lamens
- drs. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beheersvergoeding van houdstermaatschappij aan dochtermaatschappij is belast met omzetbelasting
Het geschil betreft de vraag of een beheersvergoeding die een houdstermaatschappij aan haar dochtermaatschappij in rekening bracht, belast is met omzetbelasting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat de houdstermaatschappij geen btw had afgedragen over deze vergoeding na verkoop van 50% van de aandelen in de dochtermaatschappij.
De houdstermaatschappij stelde dat zij niet in het economische verkeer handelde en dat de fiscale eenheid bleef bestaan, waardoor geen btw verschuldigd zou zijn. Het Hof stelde vast dat na de verkoop van 50% van de aandelen de fiscale eenheid tussen de houdstermaatschappij en de dochtermaatschappij van rechtswege was verbroken.
Het Hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel omdat de houdstermaatschappij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat andere eenheden anders werden behandeld en er geen uitlatingen waren die rechtvaardigden dat de fiscale eenheid bleef bestaan.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting over de beheersvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.