ECLI:NL:GHARN:2005:AS5639
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing verlies uit aanmerkelijk belang bij aandelenoverdracht
Belanghebbende had in 2000 een verlies uit aanmerkelijk belang van bijna vijf miljoen gulden opgegeven, voortkomend uit de verkoop van aandelen in een BV. Hij stelde dat de overdracht van aandelen in 1990 een zekerheidsoverdracht betrof, waardoor deze fiscaal buiten beschouwing moest blijven. De Inspecteur betwistte dit en handhaafde de aanslag.
Het Hof stelde vast dat de aandelenoverdracht in 1990 een gewone verkoop was en niet als zekerheidsoverdracht kon worden aangemerkt. De correspondentie met de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën bood geen grond voor vertrouwen dat de overdracht anders zou worden behandeld. Ook de latere terugoverdracht in 1998 vond om niet plaats, waardoor de verkrijgingsprijs nihil was.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende de stelling dat sprake was van een zekerheidsoverdracht onvoldoende aannemelijk had gemaakt. De eerdere vonnissen in kort geding en faillissementsprocedures konden niet worden tegengeworpen aan de Inspecteur en boden geen andere uitkomst.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Wel werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende vanwege het achterhouden van stukken, en werd het griffierecht vergoed. Het Hof bevestigde daarmee de aanslag en de weigering het verlies uit aanmerkelijk belang te erkennen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.