ECLI:NL:GHARN:2005:AU6930
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van reis- en verblijfkosten voor in Noorwegen verrichte arbeid
Belanghebbende was in 2002 in dienst bij een Britse werkgever en verrichtte werkzaamheden in Noorwegen zonder onkostenvergoeding voor reis- en verblijfkosten. Hij vorderde aftrek van deze kosten van € 6.074 op zijn Nederlandse inkomstenbelasting. Het hof stelde vast dat de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aftrek van werkelijke kosten meer toestaat, maar alleen een forfaitaire reisaftrek bij regelmatig woon-werkverkeer.
De door belanghebbende opgevoerde kosten voldeden niet aan de voorwaarden voor deze forfaitaire aftrek, zoals het ontbreken van een openbaar-vervoerverklaring en het niet voldoen aan het vereiste van binnen 24 uur heen en terug reizen. Huisvestingskosten zijn niet aan te merken als reiskosten en zijn derhalve niet aftrekbaar.
Belanghebbendes beroep op redelijkheid en het vertrouwensbeginsel faalde omdat de rechter de wet niet op redelijkheid kan toetsen en de Belastingdienst niet gebonden is aan onjuiste algemene voorlichting.
Wel werd het beroep gegrond verklaard voor de vermindering van premies volksverzekeringen, omdat belanghebbende op grond van een Europese verordening in Noorwegen verzekerd was. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Reis- en verblijfkosten zijn niet aftrekbaar, maar premies volksverzekeringen worden verminderd wegens verzekeringsstatus in Noorwegen.