ECLI:NL:GHARN:2005:AU8630
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over waardering van optierecht op aandelen in A BV voor inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende had een optierecht op aandelen in A BV dat per 1 januari 1997 gewaardeerd moest worden voor de inkomstenbelasting. De Inspecteur stelde de waarde vast op ƒ 1.196.581, terwijl belanghebbende een hogere waarde van ƒ 1.657.000 aanvoerde.
Het hof nam diverse feiten in aanmerking, waaronder een bod van ƒ 80 miljoen op de hotels en aandelen in A BV tezamen, verkoop van alle aandelen in A BV in 1999 voor ruim ƒ 25 miljoen, en stijgende resultaten en eigen vermogen van A BV na de waardepeildatum. Ook werd rekening gehouden met een korting wegens minderheidsbelang en de uitoefenprijs van het optierecht.
Het hof concludeerde dat de door belanghebbende voorgestelde hogere waarde niet aannemelijk was, mede omdat de verdeelsleutels uit deskundigenrapporten betrekking hadden op een latere datum en een hoger totaalbod. Het hof wees het beroep af en oordeelde dat de vastgestelde waarde niet te laag was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 24 november 2005.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde waarde van het optierecht per 1 januari 1997 wordt ongegrond verklaard.