ECLI:NL:GHARN:2005:AU8654
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beslist over belastingheffing op afkoopopties en rentevergoedingen
Op 7 februari 1995 werd aan belanghebbende een optierecht verleend om aandelen te verwerven in A B.V. Dit optierecht vormde vanaf 1 januari 1997 een aanmerkelijk belang. Op 31 maart 1999 kocht de optiegever het optierecht af voor ƒ 1.750.000, met een maandelijkse vergoeding van ƒ 7.583 vanaf 1 januari 1999 tot betaling.
Het geschil betrof de fiscale kwalificatie van deze vergoeding: rente belast tegen het progressieve tarief of onderdeel van de verkoopprijs belast tegen het aanmerkelijkbelangtarief. Het hof stelde vast dat de afkoop plaatsvond op 31 maart 1999 en dat betalingen voor de periode vóór deze datum geen rente zijn, maar deel van de verkoopprijs.
Voor de periode na 31 maart 1999 kwalificeerde het hof de vergoeding wel als rente. De totale vervreemdingsprijs werd vastgesteld op ƒ 1.772.614, waaruit de winst uit aanmerkelijk belang en de rentevergoeding werden berekend. Het beroep van belanghebbende werd gedeeltelijk gegrond verklaard, met aanpassing van de aanslag en veroordeling van de Inspecteur in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de belastingaanslag is verminderd met een aangepaste winst uit aanmerkelijk belang en rentevergoeding.