ECLI:NL:GHARN:2006:AX6403
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem oordeelt over verdeling vermogen bij huwelijk onder uitsluiting gemeenschap
In deze civiele zaak bij het Gerechtshof Arnhem staat de verdeling van vermogen centraal na ontbinding van een huwelijk dat onder huwelijkse voorwaarden is gesloten met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De vrouw vordert een verdeling van het vermogen alsof sprake was van gemeenschap, mede gebaseerd op een arrest van de Hoge Raad van 18 juni 2004.
Het hof stelt vast dat partijen niet zijn overeengekomen af te wijken van de uitsluiting van gemeenschap en dat er geen notariële wijziging is aangebracht. De vrouw stelt dat partijen zich tijdens het huwelijk als ware sprake van gemeenschap hebben gedragen, maar het hof vindt onvoldoende bewijs voor gezamenlijke financiering of vermogenssamenvoeging. De man heeft het vermogen grotendeels uit eigen middelen gefinancierd en beheerd.
Wel is voorshands vastgesteld dat partijen de bedoeling hadden dat het perceel bouwgrond met woning in Frankrijk gezamenlijk toebehoorde, en dat zij zich hieromtrent overeenkomstig hebben gedragen. Het hof laat partijen bewijs leveren over deze kwestie en wijst een comparitie aan voor verdere afwikkeling.
De overige vorderingen van de vrouw tot verdeling van het vermogen en betaling van bedragen worden afgewezen, omdat zij onvoldoende feitelijke grondslag hebben. Het hof benadrukt dat de uitsluiting van gemeenschap in de huwelijkse voorwaarden geldt, tenzij onaanvaardbare situaties zich voordoen, wat hier niet is vastgesteld.
Uitkomst: Het hof wijst de meeste vorderingen van de vrouw af, behalve dat bewijs wordt toegelaten over gezamenlijk eigendom van een perceel bouwgrond in Frankrijk en een comparitie wordt bepaald.