ECLI:NL:HR:2003:AL7076
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor door echtgenoot betaalde gelden voor vakantiewoning bij huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen
De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw die op huwelijkse voorwaarden zonder vermogensgemeenschap waren gehuwd. De man had de koopprijs en kosten voor dubbele beglazing van een vakantiewoning in Zwitserland betaald die op naam van de vrouw stond. Hij vorderde vergoeding van deze bedragen.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van SFR 205.511 vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, waarbij de omrekening naar Nederlandse guldens naar de koers van het moment van betaling moest plaatsvinden. Het hof vernietigde dit en oordeelde dat de omrekening moest geschieden naar de koers van het moment waarop de man de gelden had betaald, circa oktober 1971.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de feitelijke grondslag van het verweer van de vrouw heeft aangevuld en onjuist heeft geoordeeld over de omrekeningskoers. Volgens art. 6:111 BW Pro heeft de man recht op vergoeding van het nominale bedrag en op grond van art. 6:124 BW Pro moet de omrekening plaatsvinden naar de koers van de dag van betaling. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad bevestigt dat tussen echtgenoten gehuwd op huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen, de echtgenoot die gelden heeft voorgeschoten voor een goed op naam van de ander, recht heeft op vergoeding van het nominale bedrag, tenzij anders overeengekomen of bij natuurlijke verbintenis. De zaak is hiermee definitief beslecht.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van SFR 205.511 vermeerderd met wettelijke rente, omgerekend naar Nederlandse valuta naar de koers van de dag van betaling.