ECLI:NL:GHARN:2006:AY8046
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Zwemmer
- J.A. Monsma
- C.M. Ettema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschikking over lijfrenteverzekering en toepassing saldomethode in inkomstenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting over 1999, waarbij de inspecteur uitging van een belastbaar inkomen van ƒ 203.730. Na bezwaar en eerdere procedures verwees de Hoge Raad de zaak terug naar het hof voor nader onderzoek of belanghebbende daadwerkelijk over een bedrag van ƒ 101.200 had beschikt.
Het hof stelde vast dat het oorspronkelijke lijfrentecontract was vervallen en dat een nieuwe overeenkomst met de verzekeraar was gesloten, waarbij een deel van de afkoopwaarde werd aangewend voor een nieuwe lijfrente ten name van de echtgenote. Dit betekent dat belanghebbende zelf over het bedrag heeft beschikt.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij niet over het bedrag had beschikt, waardoor het beroep op artikel 25, lid 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 faalde. Ook de stelling dat de saldomethode anders moest worden toegepast dan door de Hoge Raad was aangegeven, werd verworpen.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de aanslag. Proceskosten werden niet aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende over het bedrag van de lijfrenteverzekering heeft beschikt.