ECLI:NL:HR:2005:AU2008
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over omzetting en saldomethode bij gedeeltelijke afkoop van lijfrenteverzekering
Belanghebbende sloot in 1998 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af en liet deze in 1999 ontbinden, waarbij de afkoopwaarde deels werd gebruikt voor een nieuwe lijfrenteverzekering op naam van zijn echtgenote en deels voor aflossing van leningen en contante uitkering.
Het Hof oordeelde dat de tweede lijfrente geen voortzetting was van de eerste vanwege verschillen in verzekeringnemer, ingangsdatum en begunstigden, en dat de afkoopwaarde grotendeels aan belanghebbende was uitgekeerd. De Hoge Raad stelt echter dat deze verschillen en de uitkering niet uitsluiten dat sprake is van omzetting volgens artikel 25, lid 14, Wet IB 1964.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek of de eerste lijfrente (gedeeltelijk) is omgezet in de tweede lijfrente en voor de juiste toepassing van de saldomethode op de afkoopwaarde.
Ook wordt vastgesteld dat het deel van de afkoopwaarde dat is gebruikt voor aflossing van leningen en contante uitkering niet als eerste uitkering van de lijfrente mag worden beschouwd, maar dat de saldomethode evenredig moet worden toegepast.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en de griffierechten worden aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.