ECLI:NL:GHARN:2006:AY8119
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- A.M. van Amsterdam
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat levering bouwterrein niet vrijgesteld is wegens geldende bouwvergunning
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een bouwvergunning aangevraagd en verkregen voor een woning op een perceel grond. Deze grond werd geleverd aan A B.V. op 8 oktober 2002. Hoewel belanghebbende op 27 september 2002 een verzoek tot intrekking van de bouwvergunning had ingediend, werd het formele besluit tot intrekking pas op 28 januari 2003 genomen en op 30 januari 2003 aan belanghebbende medegedeeld.
De kern van het geschil betrof de vraag of ten tijde van de levering op 8 oktober 2002 de bouwvergunning nog van kracht was. Belanghebbende stelde dat de vergunning al op 3 oktober 2002 was ingetrokken, terwijl de Inspecteur betoogde dat het besluit pas in 2003 formeel was genomen. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de intrekking vóór de leveringsdatum onherroepelijk was.
Het hof nam mee dat het hoofd van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting en Bouwzaken bevoegd was voor het verlenen van bouwvergunningen, maar dat het college van burgemeester en wethouders beslissingsbevoegd bleef voor intrekkingen. De intrekking was pas formeel genomen op 28 januari 2003. Daarom was de levering niet vrijgesteld van omzetbelasting.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een kostenveroordeling af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 14 juli 2006 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De levering van het bouwterrein is niet vrijgesteld van omzetbelasting omdat de bouwvergunning ten tijde van de levering nog van kracht was.