ECLI:NL:GHARN:2006:AY8141
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Matthijssen
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Heffing BPM bij invoer tweedehands auto niet in strijd met art. 90 EG-Verdrag
Belanghebbende kocht in april 2003 een tweedehands BMW touring in Duitsland en deed op 20 mei 2003 aangifte BPM, waarvoor hij € 3.627 betaalde. Hij maakte bezwaar tegen deze heffing, stellende dat de BPM-regeling in strijd was met artikel 90 EG Pro-Verdrag omdat deze zou leiden tot discriminatie van ingevoerde auto's ten opzichte van soortgelijke binnenlandse auto's.
De Inspecteur stelde dat de BPM-regeling niet discrimineert omdat zij zonder onderscheid geldt voor binnenlandse en ingevoerde auto's en dat verschillen in belasting samenhangen met verschillen in prijs, uitvoering en imago van de auto's. Het Hof stelde vast dat de BPM wordt geheven op basis van de netto catalogusprijs, ongeacht of de auto nieuw of gebruikt is, binnenlands of ingevoerd.
Het Hof overwoog dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad de BPM-heffing niet in strijd is met art. 90 EG Pro, ook niet voor accessoires. Het Hof benadrukte dat het begrip 'gelijksoortig' ruim moet worden uitgelegd en dat belastingheffing op basis van cataloguswaarde niet leidt tot discriminatie zolang geen onderscheid wordt gemaakt naar herkomst. Het beroep werd ongegrond verklaard en het Hof zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het HvJ EG.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van BPM op de ingevoerde tweedehands BMW wordt ongegrond verklaard.