ECLI:NL:HR:2000:AA7073
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag BPM wegens overschrijding vrijstelling woon-werkverkeer
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en met een eenmanszaak in Duitsland, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd wegens gebruik van een in Duitsland geregistreerde personenauto op Nederlandse wegen buiten het woon-werktraject. De Inspecteur verleende gedeeltelijke kwijtschelding van de verhoging, maar handhaafde de aanslag na bezwaar. Het Hof bevestigde deze uitspraak.
In cassatie stelde belanghebbende dat de aanslag in strijd was met Europese verdragsbepalingen en dat de vrijstelling voor woon-werkverkeer ruimer uitgelegd moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat de vrijstelling beperkt is tot het directe woon-werkverkeer tussen woonplaats en vaste werkplaats in het buitenland, conform de bedoeling van de wetgever en de bijbehorende beschikking.
De Hoge Raad verwierp klachten over strijdigheid met het EG-Verdrag en de Zesde richtlijn en bevestigde dat motieven voor het gebruik van de weg buiten het traject niet relevant zijn. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de verhoging ten onrechte is opgelegd omdat belanghebbende niet grove schuld kan worden verweten. De naheffingsaanslag werd verminderd tot enkelvoudige belasting zonder verhoging, en de Staatssecretaris werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot enkelvoudige belasting zonder verhoging wegens overschrijding van de vrijstelling woon-werkverkeer.