ECLI:NL:GHARN:2006:AY8637
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Mr. Matthijssen
- Mr. Meussen
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel verhindert heffing inkomstenbelasting over combinatiepolis
Belanghebbende sloot in 1991 twee verzekeringen af bij dezelfde maatschappij: een kapitaalverzekering en een lijfrente. De Inspecteur kwalificeerde deze polissen als één combinatiepolis en belastte de uitkering als inkomen uit werk en woning. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat het om twee afzonderlijke verzekeringen ging, waarbij de kapitaalverzekering onbelast moest blijven.
Het Hof stelde vast dat de polissen inhoudelijk en qua looptijd sterk met elkaar samenhangen, waardoor zij fiscaal als één overeenkomst moeten worden beschouwd. De Inspecteur had echter jarenlang een ander standpunt ingenomen en het vertrouwen van belanghebbende gewekt dat de polissen afzonderlijk werden behandeld. Dit vertrouwen werd pas kort voor de einddatum van de polissen opgezegd, waardoor belanghebbende geen redelijke termijn had om zich aan te passen.
Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard op basis van het vertrouwensbeginsel. De aanslag werd vernietigd en verminderd tot een lager belastbaar inkomen. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende. Het arrest benadrukt het belang van consistentie en tijdige communicatie door de Belastingdienst bij wijziging van fiscale standpunten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd vanwege het vertrouwensbeginsel.