ECLI:NL:HR:2005:AU5147
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt samenvoeging van twee polissen als één verzekering voor vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd op basis van een vermogen van ƒ 1.813.000. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de twee polissen van belanghebbende en haar echtgenoot als één verzekeringsovereenkomst moeten worden beschouwd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte de polissen als één overeenkomst aanmerkte, mede omdat in haar situatie geen interne verrekening plaatsvond zoals in eerdere jurisprudentie. Ook voerde zij aan dat de polissen niet voldeden aan de definitie van levensverzekering volgens de Wet toezicht verzekeringsbedrijf.
De Hoge Raad verwierp beide middelen. De samenhang tussen de polissen, waaronder dezelfde verzekeringsmaatschappij, gelijke ingangsdatum, en afgestemde looptijd, rechtvaardigt dat zij als één overeenkomst worden beschouwd voor de vermogensbelasting. De wijze van nakoming (betaling of verrekening) leidt niet tot andere fiscale gevolgen. Tevens is het niet noodzakelijk dat deze kwalificatie ook geldt voor de Wet toezicht verzekeringsbedrijf.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de polissen worden fiscaal als één verzekering beschouwd.