ECLI:NL:GHARN:2007:BA1377
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voordeel bij uittreding uit vennootschap onder firma geen vrijgestelde kwijtscheldingswinst
Belanghebbende en B waren vennoten van een vennootschap onder firma (vof) die per 1 januari 1999 werd ontbonden. Bij de ontbinding werd een overeenkomst gesloten waarin uiteenlopende bepalingen stonden over de afwikkeling van het kapitaal en de schulden van belanghebbende. Belanghebbende trok zich terug uit de vof en stelde dat het voordeel dat hij behaalde doordat zijn negatieve kapitaal niet werd aangeslagen, moest worden gezien als vrijgestelde kwijtscheldingswinst.
De Inspecteur stelde dat dit voordeel niet vrijgesteld kon worden omdat het niet aannemelijk was dat de schuld daadwerkelijk was kwijtgescholden. Volgens de Inspecteur was sprake van een zakelijke transactie waarbij B belanghebbende had uitgekocht voor een bedrag dat overeenkwam met de waarde van de stille reserves in de activa die aan B waren toegedeeld.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat zijn negatieve kapitaal was kwijtgescholden. Er ontbraken gegevens over de waarde van de vermogensbestanddelen die aan beide vennoten waren toegedeeld en er was geen verklaring waarom B zonder tegenprestatie de schulden van belanghebbende zou overnemen. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende geen verhaal bood voor de schulden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het voordeel bij uittreding wordt niet als vrijgestelde kwijtscheldingswinst aangemerkt.