ECLI:NL:GHARN:2007:BA4968
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- J. van de Merwe
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete wegens eerste verzuim en overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een boete van f 1.750 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. De Inspecteur ging uit van een vierde verzuim, omdat belanghebbende ook in 1996, 1997 en 1998 niet tijdig aangifte had gedaan. Na bezwaar en beroep vernietigde het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch deze boete deels, maar de Hoge Raad verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de eerdere verzuimen in 1996 en 1997 niet als beboet verzuim konden worden meegeteld, omdat toen geen boete werd opgelegd en belanghebbende niet was geïnformeerd over een verzuim. Ook het verzuim in 1998 kon niet worden meegeteld wegens het ontbreken van een tijdige mededeling van het beboete verzuim. Hierdoor was het verzuim in 1999 feitelijk het eerste verzuim.
Op grond van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 en het EVRM werd de boete passend vastgesteld op €13,60. Tevens constateerde het Hof een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, wat een verdere vermindering rechtvaardigde. De proceskosten van belanghebbende werden vastgesteld op €30, te vergoeden door de Staat.
Uitkomst: De verzuimboete wordt verminderd tot €13,60 wegens eerste verzuim en overschrijding redelijke termijn.