ECLI:NL:HR:2006:AX7468
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake verzuimboete inkomstenbelasting wegens onjuiste rangordeverwerking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een boete wegens het niet tijdig doen van aangifte. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de boete, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de boete. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld over de rangorde van het verzuim in het kader van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Volgens de Hoge Raad moet een voorafgaand verzuim worden verstaan als een verzuim waarvoor is meegedeeld dat bij een volgend verzuim een boete volgt of waarvoor al een boete is opgelegd. Het hofarrest was daarmee niet in overeenstemming met eerdere jurisprudentie en kon niet in stand blijven.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure, doordat het beroepschrift pas na ruim anderhalf jaar werd doorgezonden. De Hoge Raad gelastte dat het verwijzingshof bij de verdere behandeling rekening houdt met deze termijnoverschrijding.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest, behoudens de beslissingen omtrent griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd bepaald dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste rangorde van verzuimen en de overschrijding van de redelijke termijn.