ECLI:NL:GHARN:2007:BA7853
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.B.H. Röben
- mr. De Kroon
- mr. drs. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Taxi-ondernemer faalt in bewijs dat voertuig nagenoeg geheel voor taxivervoer is gebruikt
Belanghebbende, een taxiondernemer, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd over de periode 1999-2002, omdat niet kon worden vastgesteld dat zijn voertuig nagenoeg geheel voor taxivervoer was gebruikt. Hij voerde bezwaar aan tegen de aanslag, maar dit werd door de Inspecteur grotendeels gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Tijdens het hoger beroep stond centraal of het voertuig inderdaad voor minimaal 90% voor taxivervoer was ingezet, zoals vereist voor teruggaaf van BPM. Belanghebbende kon dit niet overtuigend aantonen; de rittenkaarten vertoonden lacunes, de taxametergegevens waren gewist en werkmappen met aanvullende gegevens waren niet bewaard gebleven. De bewijsnood was door belanghebbende zelf veroorzaakt.
Het hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat hij niet voldeed aan deze last. Ook aannames over kilometerstanden en verklaringen over tekortkomingen in de administratie boden geen voldoende bewijs. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag BPM bleef in stand.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd omdat belanghebbende niet heeft aangetoond dat het voertuig nagenoeg geheel voor taxivervoer is gebruikt.