ECLI:NL:HR:2000:AA8605
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslast belastingplichtige bij naheffingsaanslag bijzondere verbruiksbelasting personenauto’s
Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en ontving een naheffingsaanslag in de bijzondere verbruiksbelasting van personenauto’s. Deze aanslag werd opgelegd vanwege het feit dat de personenauto niet uitsluitend voor taxi-vervoer werd gebruikt, terwijl voor teruggaaf een schriftelijke verklaring was overgelegd dat dit wel het geval was.
Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslagverhoging en beperkte de naheffing tot de enkelvoudige belasting zonder verhoging. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijslast voor het voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden bij de belastingplichtige ligt. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende niet is geslaagd in deze bewijslast, mede omdat niet objectief kan worden vastgesteld of de auto uitsluitend voor taxi-vervoer is gebruikt. Het cassatiemiddel faalt omdat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en acht geen gronden aanwezig voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende niet is geslaagd in de bewijslast voor vrijstelling van de bijzondere verbruiksbelasting.