ECLI:NL:GHARN:2007:BB0621
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na bewijs urencriterium zelfstandigenaftrek
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2000, waarbij de Inspecteur de zelfstandigenaftrek betwistte vanwege onvoldoende uren besteed aan de onderneming. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het Gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep en stelde vast dat belanghebbende een urenoverzicht had bijgehouden waaruit bleek dat hij meer dan het vereiste aantal uren aan zijn onderneming had besteed.
De Inspecteur betwistte met name uren besteed aan bouwactiviteiten en werkzaamheden in de zomermaanden, evenals de aftrek van kosten voor het verhogen van een stal en bouwmaterialen. Het Hof oordeelde dat de uren aan bouwactiviteiten en onderhoud aan onroerende zaken voor zover zij ondernemingsactiviteiten betroffen, wel meetelden. Uren voor privépony’s werden niet meegerekend, maar het aantal werd lager ingeschat dan door de Inspecteur gesteld.
De kosten voor het verhogen van de stal werden niet als ondernemingskosten erkend, omdat deze betrekking hadden op privévermogen. Investeringsaftrek werd daarom geweigerd. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verminderde de aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 24.694 en veroordeelde de Inspecteur in proceskosten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd niet behandeld wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslag inkomstenbelasting naar een belastbaar inkomen van ƒ 24.694 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.