ECLI:NL:GHARN:2007:BB7167
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Wesseling-Lubberink
- Van Osch
- mr. ing. Jansens van Gellicum
- ir. Duenk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake overdracht productierechten bij beëindiging pachtovereenkomst
In deze zaak staat de overdracht van productierechten, verbonden aan een pachtovereenkomst, centraal. De pachter, appellant, had het varkensrecht dat samenhing met het gepachte vervreemd aan een derde, waardoor hij niet meer aan zijn verplichting kon voldoen om deze rechten aan de verpachters terug te geven bij het einde van de pacht.
De verpachters hadden in eerste aanleg een kort geding aangespannen en kregen grotendeels gelijk, met een veroordeling tot overdracht van de productierechten onder dwangsom. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij financieel niet in staat was om de rechten terug te kopen en over te dragen.
Het hof oordeelde dat hoewel appellant ernstig tekortgeschoten is door de verkoop, dit niet automatisch leidt tot een veroordeling onder dwangsom als hij feitelijk in onmogelijkheid verkeert om na te komen. De onmogelijkheid om te presteren ontslaat hem van de dwangsom, maar laat het recht op schadevergoeding voor de verpachters onverlet.
Het hof beval een comparitie om de financiële situatie van appellant nader te onderzoeken, waarbij hij bewijs van zijn financiële positie moest overleggen. De procedure werd aangehouden voor nadere behandeling.
Het arrest benadrukt dat eigen schuld bij het ontstaan van onmogelijkheid niet relevant is voor het opleggen van een dwangsom, en dat de verpachters wel aanspraak kunnen maken op schadevergoeding.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en beveelt een comparitie om de financiële onmacht van appellant nader te onderzoeken, waarbij geen dwangsom wordt opgelegd zolang onmogelijkheid bestaat.