ECLI:NL:GHARN:2007:BB9779
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Makkink
- Wefers Bettink
- Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Wet consumentenkrediet op aandelenleaseovereenkomst
In deze zaak stond centraal of een aandelenleaseovereenkomst, gesloten tussen appellante en Dexia, kwalificeert als een krediettransactie onder de Wet op het consumentenkrediet (Wck). De rechtbank had geoordeeld dat de overeenkomst nietig was wegens strijd met de Wck, omdat Dexia geen vergunning had om krediet te verlenen. Het hof heeft dit oordeel herzien en geoordeeld dat de overeenkomst geen krediettransactie is in de zin van de Wck.
Het hof heeft uitgebreid onderzocht of de overeenkomst kan worden gekwalificeerd als geldkrediet of goederenkrediet. Uit de feiten blijkt dat appellante nooit feitelijke beschikking had over de volledige leasesom; Dexia kocht direct aandelen met het bedrag. Aandelen worden aangemerkt als vermogensrechten en niet als roerende zaken, zodat de overeenkomst niet onder goederenkrediet valt. De wetgever heeft effectenlease-overeenkomsten niet onder de Wck gebracht.
Het hof stelt dat de richtlijnconsistente uitleg die de rechtbank hanteerde niet passend is, mede omdat de richtlijn niet tussen particulieren geldt en de tekst van de Wck en de bedoeling van de wetgever duidelijk zijn. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich tegen de uitleg van de rechtbank. Het hof verklaart de overeenkomst niet nietig en verwerpt het verweer van appellante dat de overeenkomst voldoet aan de strekking van de Wck.
Het hof heeft de behandeling van verdere grieven aangehouden en een comparitie gelast om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te beproeven. De zaak is aangehouden voor verdere beslissing na overleg tussen partijen.
Uitkomst: De overeenkomst is geen krediettransactie onder de Wet op het consumentenkrediet en is niet nietig.