ECLI:NL:GHARN:2007:BE8944
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkheid wegens verjaring in milieudelict
In deze zaak ging het om een verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand na beëindiging van een strafzaak tegen verzoekster wegens overtreding van milieuregels (Cadmiumbesluit). De zaak was geëindigd in niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens verjaring van de strafvervolging, nadat het hof verzoekster eerder had veroordeeld en de Hoge Raad het arrest vernietigde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kosten van rechtsbijstand vergoed konden worden op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering. Het hof overwoog dat de verjaring het gevolg was van een wetswijziging die door de wetgever spoedig werd herzien vanwege ongewenste gevolgen. Tevens speelde een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de toepassing van Europese richtlijnen inzake cadmium in speelgoed.
Het hof concludeerde dat er geen gronden van billijkheid waren om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden, mede omdat de feiten niet meer ter discussie stonden en de rechtsvraag door het Europese Hof was beantwoord. Wel werd een beperkte vergoeding toegekend voor kosten van een deskundige en de behandeling van het verzoekschrift. Het verzoek tot verdere vergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand afgewezen wegens verjaring en ontbreken van billijkheid, met beperkte vergoeding voor deskundigenkosten en behandeling verzoek.