ECLI:NL:GHARN:2008:BC3261
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verzuimboete wegens afwezigheid van alle schuld bij belastingbetaling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en een boete opgelegd voor niet tijdige betaling van loonbelasting over het vierde kwartaal van 2001. Na bezwaar en beroep bij het hof ’s-Hertogenbosch werd de boete bevestigd, maar de Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem.
Het hof Arnhem beoordeelde of belanghebbende alle redelijke zorg had betracht om tijdige betaling te waarborgen. Vast stond dat belanghebbende ruim voor de uiterste betaaldatum schriftelijk een betalingsopdracht aan haar bank had gegeven. Het hof oordeelde dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de bank de opdracht tijdig zou uitvoeren en dat zij niet verplicht was om via internetbankieren of navraag de verwerking te controleren.
De bank maakte fouten, maar deze waren niet aan belanghebbende toe te rekenen. Het hof concludeerde dat de zorgplicht niet zo ver reikt dat belanghebbende gehouden was tot extra controle. Daarom werd de boetebeschikking vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, omdat de bijstand door de gemachtigde als professionele rechtsbijstand werd aangemerkt. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De verzuimboete wordt vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.