ECLI:NL:GHARN:2008:BC4907
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.B.H. Röben
- J.L.M. Kooijmans
- J.L.M. Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Vorming herinvesteringsreserve niet toegestaan wegens staking onderneming
Belanghebbende verkocht haar horecaonderneming te A per 1 april 2002 en stelde een herinvesteringsreserve te mogen vormen voor de boekwinst uit deze verkoop. De Inspecteur weigerde dit omdat de onderneming was gestaakt. Belanghebbende stelde dat zij de onderneming voortzette via deelname in een eetcafé te D, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Het Hof oordeelde dat de onderneming te A en het eetcafé te D wezenlijk van elkaar verschillen qua omvang, personeel, locatie en klantenkring, waardoor het eetcafé als een nieuwe onderneming moet worden beschouwd. Hierdoor is staking van de onderneming te A een feit en is vorming van een herinvesteringsreserve niet toegestaan.
Daarnaast werd het beroep op zelfstandigenaftrek afgewezen omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat zij in 2002 het urencriterium van 1225 uur had behaald. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar was met die van haar zoon en omdat de fiscale regels voor eenmanszaken verschillen van die voor besloten vennootschappen.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees de beroepen van belanghebbende af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen herinvesteringsreserve mag vormen en geen recht heeft op zelfstandigenaftrek.