ECLI:NL:GHARN:2008:BE9044
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige voogdij over minderjarige kinderen met internationale aspecten
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de voorlopige voogdijbeschikkingen van de rechtbank Almelo over zijn drie minderjarige kinderen die bij de moeder in Nederland verblijven. De vader, met Italiaanse nationaliteit, betwistte de wijze van oproeping en de noodzaak van de voogdijmaatregel.
De rechtbank had de voorlopige voogdij toegekend aan Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel, maar de vader ontving de oproeping niet tijdig en was niet aanwezig bij de zitting. Het hof oordeelde dat de rechtbank de vader niet correct had opgeroepen conform de wettelijke voorschriften en internationale verordeningen, waardoor zijn recht op hoor en wederhoor was geschonden.
Het hof stelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond, aangezien de kinderen al geruime tijd bij de moeder verbleven zonder dat er sprake was van ernstig gevaar. Daarom vernietigde het hof de beschikking en wees het oorspronkelijke verzoek af. In hoger beroep was de vader wel correct opgeroepen en vertegenwoordigd, waardoor hoor en wederhoor alsnog hadden plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof vernietigde de voorlopige voogdijbeschikking en wees het oorspronkelijke verzoek af wegens gebrekkige oproeping en onvoldoende spoedeisend belang.