ECLI:NL:GHARN:2008:BF8568
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van Rossum
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat bankhypotheek blijft bestaan na activa-passiva fusie Rabobank en afwijzing retentierecht
In deze civiele zaak stond centraal of de bankhypotheek, gevestigd op 26 juni 1987 ten laste van Scheepswerf Hendriks Dodewaard B.V., was komen te vervallen na een fusie tussen Rabobank Dodewaard en Rabobank Kesteren-Opheusden die als een activa-passiva transactie was uitgevoerd.
Appellanten stelden dat de hypotheek teniet was gegaan omdat de kredietrelatie was beëindigd en afgewikkeld. Het hof oordeelde echter dat de kredietrelatie was voortgezet door de opvolgende Rabobanken en dat de hypotheek via een garantieovereenkomst was behouden. Het beroep van appellanten op artikel 3:36 BW Pro faalde omdat zij niet hadden gesteld dat zij in vertrouwen hadden gehandeld op basis van een onjuiste veronderstelling.
Daarnaast werd het beroep op een regresrecht via de garantieovereenkomst verworpen, evenals het beroep op verrekening. Ook het door De Meerman ingeroepen retentierecht werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van feitelijke macht over de scheepswerf en twijfel over de opeisbaarheid van de vordering. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellanten in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de bankhypotheek blijft bestaan en wijst de vorderingen van appellanten af.