ECLI:NL:GHARN:2008:BG2127
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake brandverzekering en aansprakelijkheid bij brandstichting in bedrijfsgebouw
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van verzekeraar Bovemij centraal na een brand op 22 februari 1997 in het bedrijfspand van een verzekerde onderneming. Bovemij weigerde dekking wegens vermoedelijke brandstichting door een van de verzekerden, [geïntimeerde sub 3].
De rechtbank had eerder geoordeeld dat Bovemij aansprakelijk was voor schadevergoeding, maar dat de verzekerden het vermoeden van brandstichting en betrokkenheid van [geïntimeerde sub 3] konden ontzenuwen. Het hof bevestigt dat het bewijs niet vereist dat de verzekerden positief aantonen dat [geïntimeerde sub 3] niet betrokken was, maar slechts tegenbewijs moeten leveren tegen het vermoeden.
Het hof gaat uitvoerig in op de financiële situatie van de ondernemingen, het motief voor brandstichting, en de omstandigheden rondom de brand. Het concludeert dat het bewijs onvoldoende is om betrokkenheid van [geïntimeerde sub 3] aan te nemen. Ook de discussie over de polisvoorwaarden, waaronder de vaste taxatieclausule en de herbouwplicht, wordt behandeld. Het hof oordeelt dat de polisvoorwaarden niet onredelijk bezwarend zijn en dat de verzekerden onvoldoende hebben aangetoond dat zij aan de herbouwplicht voldeden.
Uiteindelijk worden de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd, het beroep van Bovemij afgewezen en de subsidiaire vorderingen van de verzekerden verworpen. Kosten worden verdeeld zoals in het arrest vermeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het beroep van Bovemij af, waarbij zij aansprakelijk blijft voor de schadevergoeding volgens verkoopwaarde minus restwaarde.