ECLI:NL:PHR:2010:BN5617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op verkoopwaarde bij brandverzekering zonder herbouwwaardevergoeding
Op 22 februari 1997 ontstond brand in een bedrijfspand te Boxmeer, eigendom van eiseres, dat verzekerd was bij Bovemij. De brand was door brandstichting veroorzaakt, waarbij eiser 1 als verdachte werd aangemerkt maar niet vervolgd wegens onvoldoende bewijs.
Eisers vorderden schadevergoeding op basis van herbouwwaarde, terwijl Bovemij slechts tot vergoeding op basis van verkoopwaarde wenste over te gaan, omdat niet aan de verzekeringsvoorwaarden voor herbouwwaarde was voldaan. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de vaste taxatieclausule op het polisblad versus art. 6 van Pro de Voorwaarden uitgebreide brandverzekering.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen grotendeels af en oordeelden dat eiseres geen recht had op herbouwwaardevergoeding, mede omdat geen serieuze herbouwplannen waren en de grond was verkocht. Het hof verwierp tevens klachten over verboden feitelijke aanvullingen en bewijsweigering.
In cassatie klaagden eisers dat de vaste taxatieclausule prevaleerde en dat het hof onjuist had geoordeeld over de herbouwvoorwaarde en bewijsaanbod. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vaste taxatieclausule niet exclusief is en dat het hof terecht oordeelde dat geen recht op herbouwwaardevergoeding bestond.
De Hoge Raad benadrukte dat de verzekeraar niet verplicht is tot uitbetaling bij vermoeden van brandstichting en dat bewijswaardering in civiele procedure losstaat van strafrechtelijke sepotmededelingen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof oordeelt dat eiseres geen recht heeft op herbouwwaardevergoeding maar slechts op verkoopwaarde.