ECLI:NL:GHARN:2008:BG3898
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen accijns rode gasolie niet gegrond
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in in- en verkoop van levensmiddelen en scheepsbenodigdheden, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor accijns, energiebelasting en voorraadheffing over rode gasolie die op een motorschip aanwezig was.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, waarbij de naheffingsaanslagen werden gehandhaafd, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende belastingplichtig was voor de accijns op grond van artikel 2f van de Wet op accijns, dat ziet op het voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet overeenkomstig de wet in de heffing zijn betrokken.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende had bewezen dat de leverancier van de rode gasolie de accijns niet had voldaan en dat belanghebbende op het moment van ontvangst van de olie wist of redelijkerwijs kon weten dat de accijns niet was voldaan. Belanghebbende had facturen en betalingsbewijzen overgelegd waaruit bleek dat de accijns was inbegrepen. Het Hof vernietigde daarom de naheffingsaanslagen en de eerdere uitspraken, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen accijns, energiebelasting en voorraadheffing worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat belanghebbende wist of kon weten dat de accijns niet was voldaan.