ECLI:NL:GHARN:2008:BG9319
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W. Zwemmer
- J.B.H. Röben
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij late aanvraag rangschikking landgoederen
Belanghebbende kreeg in 2005 een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd voor de toedeling van diverse percelen, waarvan een deel niet tijdig als landgoed was aangemerkt. De aanvraag tot rangschikking van deze percelen als landgoederen werd pas na de verkrijging ingediend, waardoor de vrijstelling op grond van artikel 9a van de Natuurschoonwet niet van toepassing was.
Belanghebbende voerde primair aan dat de naheffingsaanslag in strijd was met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, en subsidiair dat een hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege onwillig verzuim. Het Hof verwierp deze verweren, onder meer omdat geen sprake was van een door de Staatssecretaris gegeven motivering of beleid dat vertrouwen kon wekken, en omdat het niet reageren op opinies in de literatuur geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel vormt.
Verder oordeelde het Hof dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat belanghebbende bewust pas na verkrijging de aanvraag tot rangschikking indiende. Ook het beroep op dwaling faalde, aangezien dit niet tot vernietiging van de overeenkomst had geleid.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank Arnhem en wees het hoger beroep af. Kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en wijst het hoger beroep af.