ECLI:NL:GHARN:2008:BH1201
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontbinding huurovereenkomst na echtscheiding en onderhuur
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen Sité Woondiensten en geïntimeerde was geëindigd na de echtscheiding en een mededeling van geïntimeerde dat hij de woning had verlaten. Het hof oordeelde dat deze mededeling niet als opzegging kon worden beschouwd en dat het huurrecht van geïntimeerde niet automatisch was beëindigd door de echtscheidingsbeschikking, aangezien beide partijen contractant waren en geen sprake was van wettelijk medehuurderschap.
Het hof paste artikel 7:266 lid 5 BW Pro overeenkomstig toe en stelde vast dat het huurrecht van geïntimeerde door de rechterlijke toedeling aan zijn ex-echtgenote was beëindigd. Desondanks kon Sité niet aantonen dat haar belang bij beëindiging van de huurovereenkomst zwaarder woog dan het belang van geïntimeerde bij voortzetting, mede omdat geïntimeerde een andere woning was aangeboden en het behoud van de woning belangrijk was voor de omgangsregeling met zijn kinderen.
Sité's stelling dat sprake was van onderhuur met de bedoeling geïntimeerde als huurder te vestigen werd niet bewezen. Het hof concludeerde dat de kantonrechter de vorderingen van Sité terecht had afgewezen en bekrachtigde het vonnis, waarbij Sité werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de huurovereenkomst niet is geëindigd en wijst de vorderingen van Sité af.