Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft een geschil over de ontruiming van een sociale huurwoning die door twee ex-echtgenoten contractueel medegehuurd werd. Na hun echtscheiding is de huur van de woning door de vrouw opgezegd, terwijl de man de woning bleef bewonen zonder toestemming van de verhuurder Eigen Haard.
De rechtbank wees de vordering van Eigen Haard tot ontruiming af, omdat zij twijfelde aan de analoge toepassing van artikel 7:266 lid 5 BW Pro op contractuele medehuur tussen ex-echtgenoten. Eigen Haard ging in hoger beroep en stelde dat de echtscheidingsbeschikking de huur exclusief aan de vrouw toekende, waardoor het huurrecht van de man eindigde.
Het hof oordeelde dat artikel 7:266 lid 5 BW Pro ook analoog van toepassing is op contractuele medehuur en dat de beslissing van de echtscheidingsrechter werking heeft tegenover de verhuurder. De man verblijft zonder recht of titel in de woning en dient deze te ontruimen. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de man binnen twee maanden de woning te verlaten, met inachtneming van een ruime ontruimingstermijn.
Uitkomst: De ex-echtgenoot wordt veroordeeld tot ontruiming van de sociale huurwoning binnen twee maanden na betekening van het arrest.