ECLI:NL:GHARN:2008:BH2019
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.A.J.S. de Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- B.F. Keulen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen tussenbeschikking DNA-onderzoek vaderschap
De vrouw verzocht bij de rechtbank vast te stellen dat de man de vader is van haar kind, geboren in Thailand in 2004. De rechtbank beval een DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen, maar gaf geen eindbeslissing over het vaderschap zelf.
De man ging in hoger beroep tegen deze tussenbeschikking en verzocht vernietiging van de beschikking en vrijstelling van medewerking aan het DNA-onderzoek. De vrouw en de bijzonder curator van het kind verzetten zich tegen het hoger beroep en verzochten het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof oordeelde dat de beschikking een tussenbeschikking is en dat hoger beroep tegen tussenbeschikkingen slechts tegelijk met een eindbeschikking kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders bepaalt. Omdat de rechtbank geen hoger beroep tegen de tussenbeschikking had opengesteld, werd het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk verklaard.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing werd uitgesproken op 9 december 2008 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Man wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen tussenbeschikking DNA-onderzoek.