ECLI:NL:GHARN:2009:BH2114
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- M.C.M. de Kroon
- W.A.P. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Geen beperking heffingsrente bij onjuiste voorlopige aanslag ondanks duidelijk verzoek
Belanghebbende verzocht tijdig en duidelijk om voorlopige aanslagen voor 2003 en 2004, maar de Belastingdienst stelde een lagere voorlopige aanslag vast dan gevraagd. Belanghebbende stelde de Inspecteur niet op de hoogte van deze onjuistheid. Bij de definitieve aanslag werd heffingsrente berekend over het verschil tussen de opgelegde voorlopige aanslag en het door belanghebbende gevraagde bedrag.
De Rechtbank had de heffingsrente verminderd, maar de Inspecteur ging in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat het Besluit van de staatssecretaris inzake heffingsrente zo moet worden uitgelegd dat bij een duidelijk en volledig verzoek om een voorlopige aanslag de heffingsrente kan worden beperkt tot het bedrag dat geheven zou zijn als de voorlopige aanslag binnen drie maanden correct was vastgesteld.
Echter, het Hof stelde dat belanghebbende zijn inspanningsverplichting niet is nagekomen door de Inspecteur niet te informeren over de onjuiste voorlopige aanslag. De eis van de Inspecteur dat belanghebbende dit moest melden, is volgens het Hof niet gebaseerd op wet- of regelgeving. Desondanks is het beroep van de Inspecteur ongegrond verklaard en is de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van proceskosten aan belanghebbende en wees de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier in Arnhem op 28 januari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.