ECLI:NL:RBARN:2007:BH3414
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking heffingsrente wegens onjuiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2004
De eiser verzocht in 2003 om het opleggen van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2004 van € 50.000. De Belastingdienst legde echter een te lage voorlopige aanslag op, waardoor heffingsrente werd berekend over het verschil met de definitieve aanslag. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld door het verzoek van eiser niet correct te honoreren.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet kan worden verweten dat hij niet op de te lage voorlopige aanslag heeft gereageerd, aangezien hij juist om een hogere aanslag had verzocht. Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel mag in dergelijke gevallen geen volledige heffingsrente worden berekend.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de heffingsrente van € 4.403 tot € 1.626. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan op 3 oktober 2007 door de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De heffingsrente wordt verminderd van € 4.403 tot € 1.626 wegens onvoldoende zorgvuldigheid van de Belastingdienst.