ECLI:NL:GHARN:2009:BH3138
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- J.K.B. van Daalen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling pachtovereenkomst en afwijzing beëindiging pacht door feitelijk gebruik door derde
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen appellant en geïntimeerde een pachtovereenkomst bestond met betrekking tot een perceel landbouwgrond en of deze pachtovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd.
Appellant vorderde schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst voor een perceel van circa één hectare, terwijl geïntimeerde in reconventie stelde dat de pacht was beëindigd. Het hof oordeelde dat het aan de wettelijke omschrijving van pacht moest worden getoetst en dat de partijbedoeling niet doorslaggevend is. Het hof stelde vast dat het gebruik bedrijfsmatig was en dat een tegenprestatie van €300 per jaar was overeengekomen.
Verder oordeelde het hof dat de beëindiging van het gebruik door feitelijk in gebruik nemen van de grond door een derde, waarbij ook gewas van appellant zonder toestemming werd geoogst, niet kwalificeert als een geldige pachtbeëindiging. Hierdoor werd de vordering tot beëindiging afgewezen.
Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen een eerder vonnis, vernietigde een ander vonnis en deed opnieuw recht door de pachtovereenkomst vast te leggen en geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat een pachtovereenkomst bestaat en wijst de beëindigingsvordering af omdat feitelijk gebruik door derden geen geldige beëindiging is.